Immunotherapie

Immunotherapie
De meeste allergiepatiënten met een inhalatieallergie (bijvoorbeeld een allergie voor bomen en grassen of een allergie voor huisstofmijt) worden in eerste instantie behandeld met symptoom onderdrukkende medicijnen. Deze medicijnen behandelen alleen de klachten maar nemen niet de oorzaak van de allergie weg. Dat betekent dat na het stoppen met de medicijnen, de allergieklachten meestal vrij snel weer terugkomen. Immunotherapie is een behandelvorm die de oorzaak van de allergie aanpakt en niet alleen de symptomen onderdrukt.

Bij patiënten met een allergie voor insectengif met een ernstige reactie (graad 2, 3 en 4) wordt immunotherapie geadviseerd. Ook sommige patiënten met een graad 1 reactie komen in aanmerking voor immunotherapie bijvoorbeeld bij hoge expositie (imkers, medewerkers glas en tuinbouw), bepaalde bijkomende ziektes en/of zeer grote angst.

Wat is immunotherapie?

Immunotherapie wordt ook wel hyposensibilisatie, desensibilisatie of allergievaccinatie genoemd. Bij deze vorm van behandeling wordt het allergeen waar uw kind allergisch voor is gedurende langere periode in bepaalde hoeveelheden toegediend. De bedoeling is dat het immuunsysteem (afweersysteem) van uw kind op deze manier gewend raakt aan het allergeen. Het immuunsysteem zal het allergeen op den duur niet meer herkennen als een schadelijke stof en de allergische klachten zullen verminderen of verdwijnen helemaal.

Het kan enige tijd duren voordat het lichaam van uw kind minder heftig reageert op het betreffende allergeen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert daarom om de behandeling minimaal 3 jaar vol te houden. Bij een heftige reactie op insectengif is het advies om 5 jaar te behandelen.

Een toedieningsvorm van immunotherapie waarbij een bepaalde hoeveelheid allergenen onder de tong wordt gelegd in de vorm van druppels of een tablet wordt sublinguale immunotherapie genoemd. Deze vorm van immunotherapie kan uw kind thuis gebruiken.Injectie immunotherapie

Wordt het allergeen in een bepaalde hoeveelheid in de huid (onderhuids vetweefsel) gespoten met behulp van injecties dan is er sprake van subcutane immunotherapie. Deze vorm van immunotherapie vindt altijd plaats bij de (behandelend) arts en bestaat uit een instelfase en een onderhoudsfase.

  • De instelfase
    Tijdens de instelfase krijgt uw kind wekelijks injecties in oplopende doseringen. Daarna gaat uw kind over op maandelijkse injecties. Mogelijk start uw kind op de eerste dag van behandeling met een aantal injecties op een ochtend. Dit bespreekt de arts apart met u.
  • De onderhoudsfase
     De 4-wekelijkse injecties worden kunnen in de meeste gevallen door de huisarts gegeven mits deze hier ervaring mee heeft en geen solopraktijk heeft.

Wanneer krijgt uw kind immunotherapie?

Immunotherapie wordt als behandeling voorgeschreven wanneer uw kind last heeft van (ernstige) allergische klachten veroorzaakt door boompollen, graspollen en huisstofmijten. Ook na ernstige reacties op insectengif (bij, wesp en/of hommel) is immunotherapie een goede behandeling.

Wat zijn de bijwerkingen van immunotherapie?

Bij het gebruik van immunotherapie kunnen, net als bij alle medicijnen, bijwerkingen optreden. Bij het gebruik van tabletten en/of druppels komen voornamelijk lokale bijwerkingen voor. Het kan dan gaan om zwelling en jeuk onder de tong, in de mondholte en in de keel. Soms wordt ook jeuk in de oren aangegeven. Deze bijwerkingen trekken vanzelf weer weg. Een anafylactische reactie is zelden beschreven.

Wanneer de arts kiest voor subcutane immunotherapie (dus het geven van injecties) dan kunnen er lokale en systemische bijwerkingen optreden.

  • Lokale bijwerkingen
    De meest voorkomende bijwerkingen zijn zwelling en jeuk op de plaats van de prik. Dit kan direct na de injectie optreden of na een aantal uren. Als het direct optreedt, zal degene die de injectie geeft er gelijk wat zalf opsmeren. Soms krijgt uw kind daarnaast een tabletje tegen de klachten. Als de zwelling pas na een aantal uren optreedt, kunt u zelf een paar dingen doen om de klachten bij uw kind te verminderen. U kunt de injectieplaats koelen door middel van een ijspakking. Als de klachten heel hevig zijn, kunt u uw kind een kinderaspirine geven. Meld bij de volgende afspraak dat uw kind na een aantal uren een zwelling kreeg, hier zal rekening mee gehouden worden door direct na de injectie zalf te smeren. U kunt uw kind eventueel ook een antihistaminicumtabletje (anti-allergiepilletje) geven minimaal 1 uur voor de injectie wordt gegeven.
  • Systemische bijwerkingen
    Deze bijwerkingen treden vrijwel altijd op binnen 30 minuten na de injectie. Heel zelden krijgt iemand na 30 minuten nog systemische klachten. Onder een systemische reactie worden klachten verstaan op een andere plaats dan de plaats van de injectie. Klachten die kunnen wijzen op een systemische reactie zijn:

    • Jeuk over het hele lichaam;Immunotherapie
    • Galbulten;
    • Roodheid van de huid;
    • Dik gevoel in de keel en moeite met slikken;
    • Misselijkheid;
    • Duizeligheid;
    • Benauwdheid;
    • Algeheel niet lekker worden.

Als uw kind één van deze klachten krijgt of zich om een andere reden niet lekker voelt na de injectie, waarschuw dan direct de verpleegkundige of de arts! Omdat deze klachten een acute behandeling vereisen, vragen we u om altijd 30 minuten met uw kind in de wachtkamer te blijven zitten na de injectie.

Mogelijke oorzaken van bijwerkingen

Het optreden van een systemische bijwerking kan veel verschillende oorzaken hebben. De meest bekende oorzaken zijn:

  • Uw kind is net ziek geweest (bijvoorbeeld: griep, verkouden, infectie);
  • Uw kind is niet in een goede conditie (bijvoorbeeld: heel moe, erg gespannen);
  • Uw kind heeft veel last van allergieklachten bijvoorbeeld omdat het hooikoortsseizoen is;
  • Uw kind is recent gestoken door een insect waar hij/zij allergisch voor is en krijgt vervolgens immunotherapie tegen het betreffende insect;
  • Er is een fout gemaakt in de dosering van de injectie.

Naast bovenstaande oorzaken die meestal wel te duiden zijn, kan het ook zijn dat uw kind een systemische reactie krijgt zonder dat het duidelijk is waarom.

Wat van belang is om te weten is dat er altijd minimaal 1 week moet zitten tussen de immunotherapie injectie en een andere vaccinatie (bijvoorbeeld BMR of reisvaccinaties).